Rianne leest: ‘Legati da un filo’ van Emilia Cinzia Perri

‘Un amico è qualcuno con cui puoi essere te stesso. Con lui puoi parlare di qualsiasi argomento, perché un amico non ti giudica, e a tua volta lo ascolti senza giudicarlo.’

[‘Een vriend is iemand bij wie je jezelf kunt zijn. Met een vriend kun je overal over praten, omdat een vriend je niet veroordeelt. En op jouw beurt luister je zonder oordelen naar je vriend.’

Emilia Cinzia Perri heeft al aardig wat publicaties op haar naam staan. Ze verwerkt alles wat ze meemaakt graag in stripverhalen en boeken. Haar kinderboek (11+) Legati da un filo [Door een draad verbonden] heeft in 2021 de Premio Il Battello a Vapore gewonnen. Deze prijs is in het leven geroepen door het kinderboekenfonds van uitgeverij Edizioni Piemme, om kinderboeken van nog redelijk onbekende Italiaanse schrijvers voor het voetlicht te brengen en om deze schrijvers te helpen debuteren.

Jezelf durven zijn

Legati da un filo speelt in het begin van de twintigste eeuw in een klein dorpje in de Amerikaanse staat Louisiana. De elfjarige Fred heeft rood haar en is dol op naaien en borduren. Hij heeft deze handwerkkunsten geleerd van zijn moeder en opa. Alleen durft Fred er niet mee te koop te lopen, omdat handwerk sinds jaar en dag als ‘vrouwenwerk’ gezien wordt. 

Fred is zo bang voor het oordeel van anderen, dat hij aanvankelijk ook zijn vriendschap met Nick geheim probeert te houden. Nick is nieuw in de klas, dol op lezen en heel goed in leren. Dan komt Diana zijn leven in. Ze is het opgewekte nichtje van zijn buren. Ze valt buiten de boot in het dorp, omdat ze niet wit is. Maar haar kan het niets schelen. Dankzij Diana leert Fred wat respect voor jezelf en voor anderen betekent, en wat echte vriendschap is.

Mooie levenslessen

Via de oom van Fred, een fervent reiziger, deelt Emilia Cinzia Perri een aantal mooie levenslessen. Zoals de les over vriendschap waar deze beschrijving mee begint. En de tekst op de achterkant van het boek:

‘Fred, non importa che tu sia un maschio o una femmina, puoi fare quello che vuoi, se non reca danno agli altri. L’importante è che tu sia felice.’

[‘Fred, het maakt niet uit of je een jongen of meisje bent. Je kunt doen wat je wilt, zo lang je anderen daarmee geen pijn doet. Het belangrijkst is dat je gelukkig bent.’]

Een belangrijke boodschap voor elk kind, en ook voor elke volwassene. Wees wie je bent.

Eenvoudig en soms frustrerend

Het boek is in eenvoudige taal geschreven, passend bij de doelgroep. De verhaallijnen zijn duidelijk en het is eenvoudig om met de personages mee te leven, omdat ze zo herkenbaar zijn. Zelfs de ‘slechteriken’ in het verhaal wekken soms empathie op.

De frustratie komt vooral door de tijdsgeest. Soms vergeet je even dat het boek in het begin van de twintigste eeuw speelt en dat de maatschappij toen heel anders in elkaar zat dan nu, honderd jaar later. Hoewel het misschien nog frustrerender is dat sommige zienswijzen helaas bitter weinig veranderd zijn.

Legati da un filo is een fijn kinderboek over jezelf durven en mogen zijn. Zo’n boek waar er nooit te veel van kunnen zijn.

Legati da un filo – Emilia Cinzia Perri
Piemme, 2022

 

Rianne leest: ‘La casa viola’ van Marco Erba

‘Non voglio una vita perfetta, voglio una vita felice. Non c’è felicità senza ricordo, senza amore. Non c’è felicità senza dolore.’

[‘Ik wil geen perfect leven, ik wil een gelukkig leven. Geluk bestaat niet zonder herinneringen, zonder liefde. Geluk bestaat niet zonder pijn.’]

Na veel boeken voor jongeren, heeft een van mijn favoriete Italiaanse schrijvers weer een boek geschreven voor kinderen vanaf 8 jaar. La casa viola [Het paarse huis] is een redelijk dun boek, zo’n 160 bladzijden, maar niet minder indrukwekkend dan de andere boeken van Marco Erba. Het verhaal bevat alle thema’s die ik inmiddels als echte Erba-thema’s ben gaan zien: zelfreflectie, vergiffenis, mededogen en acceptatie. En dat allemaal in een spannend jasje gegoten dat zeer goed aansluit op de belevingswereld van kinderen.

Een perfect leven

Clelia heeft een perfect leven en een stralende toekomst voor zich. Ze is de ster van het meisjesvoetbalteam, haar ouders geven haar alles waar ze maar om vraagt, ze heeft de liefste hond van de wereld, ze woont in het beste dorp en de jongen waar ze een oogje op heeft, vindt haar ook leuk. Toch knaagt er af en toe iets, al weet ze niet precies wat. En ze wordt op onverklaarbare wijze aangetrokken door het paarse huis. Niemand komt ooit bij dat huis in de buurt, want het spookt er. Toch lijkt ze er niet weg te kunnen blijven. Zelfs niet als ze rare visoenen krijgt van een leven dat op het hare lijkt, maar waarin soms verdrietige dingen gebeuren. 

Spanning en belangrijke vragen

De titel en korte plotbeschrijving op de achterflap waren intrigerend genoeg om dit boek meteen te kopen. En dat komt echt niet alleen doordat paars (viola) mijn lievelingskleur is! Ik was benieuwd naar welke rol het paarse huis zou spelen in Clelia’s perfecte leven. Al gelijk in de eerste hoofdstukken ontdek je dat het paarse huis een soort toegang is tot het andere, minder perfecte maar wellicht authentiekere leven dat Clelia zou kunnen leiden. Waar je als lezer eerst ook een beetje bang bent voor dat dreigende huis, hoop je uiteindelijk dat Clelia er binnen gaat. Je wil namelijk dolgraag weten hoe dat andere leven er dan uit ziet. Bovendien wordt Clelia’s leven in Margerita juist door die perfectie steeds enger. 

Ondanks dat ik niet per se meer tot de doelgroep behoor (ik ben 35+ en niet 8+), kon ik dit boek niet wegleggen. Marco Erba behandelt thema’s die in elke leeftijdsgroep spelen en belangrijk zijn. En hij beschrijft ze op zo’n manier, dat je ook als volwassene aan het denken wordt gezet over wat er beter is: een perfect leven of een authentiek bestaan. 

La casa viola – Marco Erba, Ancora, 2022.

Rianne leest: ‘Quando mi riconoscerai’ van Marco Erba

‘Se avessimo tutto il coraggio di fare i diversi, forse le cose andrebbero meglio.’

[‘Als we allemaal dapper genoeg waren om anders te zijn, zou het nu misschien beter gaan.’]

Na La città d’argento was ik erg benieuwd naar wat Marco Erba nog meer geschreven had en of me dat net zo zou raken als dit prachtige boek. Dus kocht ik Quando mi riconoscerai [Wanneer je me herkent], uitgebracht in 2018. En hoewel de voorkant niet echt vernieuwend is (er zijn best veel jongerenboeken met een roodharig meisje op de voorkant, zoals bijvoorbeeld de boeken van Enrico Galiano over Gioia) is het verhaal dat wel.

Een klein Italiaans dorp

Niet alleen Italo, Rodolfo, Camilla en Enea staan centraal in dit verhaal dat 50 jaar omspant, maar ook het dorp Castenate. Castenate is een niet bestaand dorp in Noord-Italië, maar is natuurlijk gebaseerd op talloze bestaande Italiaanse dorpen. 

Net als in vrijwel heel Italië staan in 1935 de fascisten er aan het roer. De lokale afdeling wordt gerund door capo Giorgio Fontana. Hoewel er genoeg dorpelingen zijn die het niet eens zijn met de fascisten, komt er niemand echt in opstand. Iedereen houdt het hoofd gebogen en gaat door met leven. Maar dan sluit Mussolini een pact met Hitler en wordt Italië de oorlog in gesleurd. En hoewel ze in Castenate niet aan de frontlinie zitten, zijn ook hier de gevolgen goed voelbaar. De jonge mannen worden opgeroepen voor het leger, sommige duiken onder en andere geven gehoor aan de oproep. Fontana en zijn mannen drukken elke vorm van opstand gewelddadig de kop in. Als het einde van de oorlog nadert en een nederlaag voor de fascisten niet meer af te wenden lijkt, worden de opstandige geluiden in het dorp sterker. Een groep jonge mannen, de partizanen, maakt plannen om het fascistisch regime in het dorp omver te werpen, met grote gevolgen. En ook in de decennia na de oorlog werkt de strijd tussen de fascisten en de partizanen nog lang na in Castenate. 

Twee tijden, één verhaal

Net als in Città d’argento beschrijft Marco Erba ook in Quando mi riconoscerai twee verhalen, één in het verleden en één in het heden, die elkaar uiteindelijk kruisen. Of eigenlijk loopt het verhaal van de tweeling Italo en Rodolfo, dat in 1935 begint, door tot in 2010. Het verhaal van Enea en Camillia begint in 1987 en kruist in 1998 dat van de tweelingbroers.

Rodolfo en Italo zijn een eeneiige tweeling en lijken dus sprekend op elkaar, ze hebben zelfs dezelfde hartvormige moedervlek op hun rechterhand. Maar ze hebben compleet andere karakters. Italo is rustig, meegaand en weet wanneer hij zijn mond moet houden, en Rodolfo is opstandig, intens en komt geregeld in de problemen omdat hij zijn mond niet kan houden. Rodolfo is fel tegen de fascisten, en in het bijzonder tegen Giorgio Fontana en zijn loopjongen Aristide Broglia. Toch krijgt hij Viola, de mooie dochter van de fascisten-capo, niet uit zijn hoofd. Terwijl zij juist voorbestemd lijkt te zijn om te trouwen met zijn aartsvijand Aristide. Wanneer de regering alle jonge mannen oproept voor de dienstplicht, is het de kalme Italo die onderduikt en meldt de opstandige Rodolfo zich wel bij het leger, want hij gaat nooit een uitdaging uit de weg. Samen met Aristide wordt hij naar het front in Rusland gestuurd, waar hij nooit meer van terugkeert. Het is aan Italo om verder te leven in het Italië van na de oorlog, voor zichzelf en voor zijn tweelingbroer. 

In 1987 begint Camilla aan haar eerste dag op de basisschool. Vanwege haar rode haren en haar felheid wordt ze ook wel ‘la strega’ genoemd, de heks. Meteen de eerste dag botst ze met de rustige, superslimme Enea (Aeneas), een jongetje dat alle letters al kent en vernoemd is naar een hoofdfiguur uit de klassieke literatuur. Enea is elke middag na school bij zijn oma, omdat zijn ouders werken. Hij is dol op haar en snapt niet waarom de mensen in het dorp haar een hoer noemen en waarom hij en zijn vader zijn oma’s achternaam dragen en niet die van zijn opa. Maar als hij naar zijn opa vraagt, wordt hij steevast afgekapt. De jaren verstrijken en na veel strijd sluiten Camilla en Enea uiteindelijk vrede. Er ontstaat een hechte vriendschap. Enea zou die vriendschap graag veranderen in een romantischere relatie, maar Camilla blijft de boot afhouden. Toch steunen ze elkaar door dik en dun en is Camilla degene die Enea belt als zijn oma haar verhaal vertelt. Eindelijk komt Enea te weten waarom hij zijn oma’s achternaam heeft. Bovendien ontdekt hij welke rol schoolbuschauffeur (en dorpsdichter) Italo in zijn familiegeschiedenis heeft gespeeld.

Actuele geschiedenis

Marco Erba weet ook in dit boek weer heel goed het verleden actueel te maken voor jongeren. Hij beschrijft op eenvoudige en toch indringende manier de emoties en problemen waar tieners mee geconfronteerd worden, of dat nu in oorlogstijd is of op de middelbare school. Juist doordat zijn personages ook tijdens allesbepalende momenten in de geschiedenis worstelen met groepsdruk en hormonen, wordt de historische context behapbaar. Het is makkelijker om je voor te stellen hoe het was om op te groeien tijdens het fascisme in Italië en waarom die geschiedenis ook nu nog nawerkt. Marco Erba wil de lezers niet alleen waarschuwen voor elke vorm van onderdrukking, maar ook meegeven dat alle mensen uniek zijn en meer zijn dan de ideeën waar waar ze voor staan.

Bladzijde na bladzijde

Hoewel sommige onthullingen geen grote verrassingen zijn, en naar mijn idee ook niet bedoeld zijn als grote wendingen in het verhaal, was het ook dit keer weer lastig om me los te rukken uit het boek. Ik leefde mee met Rodolfo aan het ijskoude front, met Italo die voor twee moet leven, met Camilla en haar nare thuissituatie en met Enea, de studiebol die alles snapt behalve de liefde. Ook al ben ik allang geen tiener meer!

Quando mi riconoscerai – Marco Erba, Rizzoli, 2018.

Wat mij betreft zou ook Quando mi riconoscerai uitstekend passen in de Nederlandse boekenwereld, dus uitgevers: verwerf die rechten! En naar een goede vertaler hoeven jullie niet lang te zoeken.

Het meisje dat vuur spuwt

Dit jaar is het alweer twaalf (!) jaar geleden dat ik me als zzp’er inschreef bij de KvK. En er kwam vorige maand wel een erg mooi cadeau binnen: het eerste exemplaar van Het meisje dat vuur spuwt. Mijn vertaling van La bambina sputa fuoco van Giulia Binando Melis, uitgegeven door Van Goor.

Een jaar geleden kreeg ik een mailtje van Leonie, een van de redacteuren bij Van Goor. Ze had mijn gegevens van een collega vertaalster gekregen en vroeg zich af of ik interesse had in het schrijven van een leesrapport. (Dank je, Henrieke!) Als ze zouden besluiten het boek uit te geven, dan zou ik het ook mogen vertalen. Ik was meteen enthousiast. Ik vind het sowieso geen straf om een leesrapport te maken en met een potentiële boekvertaling al helemaal niet.

Gewapend met pen en papier dook ik in La bambina sputa fuoco. Het debuut van Giulia Binando Melis. En na de eerste bladzij was ik al verkocht.

Mina en Lorenzo

In dit kinderboek (11+) maak je kennis met Mina. Mina is elf jaar en vroeger woonde ze in een klein dorpje in Piëmont bij haar vader, moeder, haar zevenjarige zusje Olivia, een morsige kat en een stel denkbeeldige paarden. Maar nu ze kanker blijkt te hebben, is het kinderziekenhuis in Turijn haar nieuwe thuis. Ze voelt zich te moe en te verward om vrienden te maken. Tot Lorenzo de afdeling op stormt. Hij is net zo oud als Mina en is boos en opstandig. Samen besluiten de twee om hun verbeelding te gebruiken als magisch wapen. Als draak. Als zwaard. Ze wagen het zelfs om met z’n tweeën uit het ziekenhuis te ontsnappen.

Terwijl Mina beter wordt en steeds vaker naar huis kan, gaat Lorenzo’s gezondheid razendsnel achteruit. Om afscheid van haar vriend te kunnen nemen, zal Mina iedereen voor de gek moeten houden en zich in nog een laatste avontuur moeten storten.

Omvergeblazen

In mijn leesrapport schreef ik over Het meisje dat vuur spuwt: ‘Wat een eenvoud, wat een gelaagdheid en wat een emotie. Een fenomenaal boek.’ En daar sta ik nog steeds vierkant achter. Giulia Binando Melis heeft een heel oprecht boek geschreven, met duidelijke, eenvoudige taal en mooi gebruik van fantasie. Passend bij een jong kind, maar volwassen genoeg om niet kinderachtig te zijn. Een genot om te vertalen! Vier maanden lang ademde ik dit boek en zorgde ik ervoor dat Mina ook in het Nederlands haar eigen stem hield. Zodat dit boek ook de Nederlandse lezers, jong en oud, omver zal blazen en ontroeren.

Het boek staat vol mooie zinnen, bespiegelingen en beelden. Een van mijn favoriete zinnen gaat over afscheid nemen. Mina zegt dit wanneer ze uitlegt waarom ze per se nog een keer naar Lorenzo wil:

‘Er zijn niet alleen afscheidsgroeten. Dit is een dankjewelgroet.’

Noem de vertaler

De laatste tijd is er in de boekenwereld veel aandacht geweest voor de rol van de vertaler. Zonder vertaler, geen boeken uit het buitenland. Dus waarom niet de vertaler ook op het omslag vermelden? Beetje bij beetje verschijnen er nieuwe boeken waarbij de vertaler ook op het omslag vermeld wordt, maar het is nog geen vanzelfsprekendheid. Ik was dan ook blij verrast en enorm vereerd toen bleek dat mijn naam ook een prominente plek op het omslag van Het meisje dat vuur spuwt had gekregen! Bedankt Van Goor en Leonie!

Het meisje dat vuur spuwt is te koop bij je lokale (online) boekhandel. Ik heb hem al gespot bij De Utrechtse Kinderboekwinkel!

Rianne leest – ‘Il Mangianomi’ van Giovanni De Feo

Zo’n drie jaar geleden beloofde ik in een blogpost dat ik regelmatig mijn favoriete Italiaanse fantasyromans in het zonnetje zou zetten. Eindelijk maak ik die belofte waar!
Ik trap af met het duistere sprookje dat mijn hart heeft gestolen: Il Mangianomi van Giovanni De Feo (Salani Editore, 2010).

“Una caccia spietata in boschi d’incubo. Un horrer fiabesco, un viaggio nel nostro immaginario più oscuro.”

[“Een meedogenloze jacht in nachtmerrieachtige bossen. Een sprookjesachtige horror, een reis door onze donkerste verbeelding.”]

Deze zin was mijn eerste kennismaking met dit boek en het begin van een indrukwekkend leesavontuur. Il Mangianomi (De Nameneter) is het eerste libro di fantascienza van Giovanni De Feo. De in Genova geboren schrijver werkte eerst als scenarioschrijver en als docent op internationale scholen in Amsterdam en Londen. Zijn ervaring als scenarioschrijver werkt hem absoluut niet tegen in dit boek. De veelal duistere scènes zijn meeslepend beschreven en het is vaak net of je zelf in het Ducato di Acquaviva bent.

Namen zijn van levensbelang

Il Mangianomi staat centraal. Het is een ongrijpbaar wezen dat alles op zijn pad van zijn of haar naam ontdoet. Of het nu mensen, dieren, huizen of planten zijn. Als Il Mangianomi langs is geweest, weten ze geen van allen meer wie of wat ze zijn. Het is dan ook niet helemaal toevallig dat namen een belangrijke rol spelen in dit verhaal. Zo is daar Magubalik met zijn drie honden, Maag, Uba en Lik, de Conte (graaf) di Torrespacca, de valk Gringiasangue en de stad Città dei Nomi. (Wat een leuke uitdaging zou het zijn om die namen te vertalen voor een Nederlandse uitgave!) En stuk voor stuk raken ze hun naam kwijt aan Il Mangianomi. Stel je voor hoe het zou zijn om je naam kwijt te raken, want wie ben je zonder je naam? En wat als jij je naam niet kwijt bent, maar als de rest van de wereld jouw naam kwijt is, wat dan?

In dit boek onderzoekt De Feo deze existentiële vragen en dat onderzoek heeft hij in een fascinerend, duister fantasyverhaal gegoten. Al zijn personages heb ik in mijn hart gesloten, zelfs Il Mangianomi, want De Feo weet ook dit monster iets herkenbaars mee te geven.

Dankzij de soepele vertelwijze word je het verhaal ingezogen en groei je samen met Magubalik, de held van het verhaal, van einzelgänger naar held naar uitgestotene die uit moet vogelen wie hij nu eigenlijk is. Het is in feite een bildungsroman met alle ingrediënten van een spannend sprookje: een held, een jonkvrouw die gered moet worden, een schurk, hulp uit onverwachte hoek en dieren met menselijke eigenschappen.

Kortom, het boek is niet alleen een fijn tijdverdrijf, maar ook een reis, een ontdekkingstocht en een onderzoek naar identiteit.

Italiaans leeslijstje

Zoals ik al eerder bekende, ben ik dol op fantasyliteratuur en op mijn leesstapel ligt altijd wel een fantasyroman. Maar dit betekent niet dat ik geen oog heb voor andere boeken. Integendeel, want ik lees zo’n beetje alles wat los en vast zit. Zelfs de koffievakbladen van mijn vriend zijn niet veilig. Net als veel andere leesfanaten, lees ik meerdere boeken tegelijk. Meestal ben ik bezig in een fantasyroman, een Nederlands (vertaald) boek en een Italiaanse uitgave. Het liefst lees ik moderne Italiaanse literatuur, of een giallo of een libro di fantascienza. Hieronder een klein overzicht van de Italiaanse titels van de afgelopen tijd.

Antonio Manzini Non è stagione (Sellerio, 2015) en Era di maggio (Sellerio, 2015)

Dit zijn alweer deel 3 en deel 4 in de serie over Rocco Schiavone. (Deel twee, La costola di Adamo, vertaalde ik voor Serena Libri). In deze twee boeken komen we meer te weten over het verleden van Rocco, kijken we toe hoe Rocco
een ingewikkelde ontvoeringszaak oplost, een nieuwe huisgenoot krijgt, een moord in de gevangenis onderzoekt en huilen we met hem en zijn Romeinse vrienden mee als zich een onvoorstelbare tragedie voltrekt. Net als de vorige twee delen, zijn ook deze lekker vlot geschreven met mooie (doch deprimerende beschrijvingen) van de eeuwige sneeuw in Aosta en scherpe dialogen.

Gianluca Morozzi Radiomorte (Ugo Guanda Editore, 2014)

Toen ik de achterkant van dit boek las, was ik meteen verkocht: ‘Kijk eens naar hoe de familie Colla de zaal binnenkomt. Kijk hoe ze hun plek innemen en gaat zitten, mooi, glimlachend en goed gekleed. Kijk en prent deze foto van de perfecte familie met de perfecte glimlach in je geheugen. Het is de laatste keer dan je ze samen zult zien.’ In dit boek staat de familie Colla centraal, een perfecte familie. Ze geven hun zoveelste radio-interview en alles lijkt op rolletjes te lopen, tot de diskjockey aankondigt dat ze dan wel met zijn vieren binnenkwamen, maar dat er slechts drie de studio weer zullen verlaten. Het boek leest als een film, compleet met zeer beeldende scènes, onverwachte plotwendingen en bizarre onthullingen. Morozzi kent geen genade en legt zijn personages helemaal bloot, the good, the bad and the ugly. Een echte Italiaanse noir dus, die nog lang door mijn hoofd gespookt heeft.

Clea Benedetti Il guerriero dell’eternità (Fabbri Editori, 2014)

De schrijfster was pas achttien toen ze deze dieselpunk fantasy schreef. Dit is het verhaal van Dunter, die erachter komt dat hij een essentieel onderdeel uitmaakt van een millennia oude cyclus. Het is het aloude verhaal over de balans tussen goed en kwaad, tussen donker en licht, in een wereld vol vreemde wezens, nieuwe energiebronnen en mensen met hun eigen agenda. Na het lezen van de laatste bladzijde weet je dat er nog delen zullen volgen, de reis van Dunter is nog maar net begonnen. Het verhaal is interessant en de wereld zit goed in elkaar. Toch lukte het me niet om echt in het boek op te gaan, omdat de schrijfster op een aantal punten te gehaast te werk gaat. Belangrijke omslagpunten in de reis van de held worden afgeraffeld en veldslagen lijken na twee pagina’s al gewonnen te zijn. Misschien dat er in het volgende deel wat meer aandacht besteed wordt aan de details, zodat je niet het idee hebt dat je achter de feiten aanloopt tijdens het lezen.

Lorenzo Licalzi L’ultima settimana di settembre (Rizzoli, 2015)

Wat heb ik gelachen tijdens het lezen van deze roman, hoewel het in feite helemaal niet zo’n grappig verhaal is. Schrijver Pietro Rinaldi is tachtig en besluit dat het genoeg is. Hij is klaar met het leven, het is tijd om eruit te stappen. Helaas gooit een reeks dramatische gebeurtenissen roet in het eten en voor hij het weet, maakt hij met zijn vijftienjarige kleinzoon Diego en Sid, de enorme hond, een roadtrip van Genova naar Rome. Het wordt een reis vol pijnlijke en zoete herinneringen waarin Pietro en Diego zichzelf en elkaar goed leren kennen. Alle ingrediënten voor een zoetsappig boek, maar niets is minder waar. Dankzij de subtiele ironie en humor van Licalzi, heeft de roman precies de juiste balans tussen luchtigheid en zwaarmoedigheid, tussen zelfspot en naastenliefde, tussen dood en leven. Een roman die ik maar wat graag zou willen vertalen!

In de boekenkast staan alweer nieuwe Italiaanse boeken klaar om gelezen te worden en dat is absoluut geen straf nu de lente eindelijk lijkt door te zetten!

Studiedag Italiaans

Als beëdigd vertaler ben je verplicht om elke vijf jaar 80 PE-punten te halen (permanente educatie), wil je na die vijf jaar je inschrijving in het RBTV kunnen verlengen. In augustus 2015 heb ik mijn inschrijving verlengd, dus moet ik opnieuw 80 PE-punten verzamelen. En eigenlijk is dat helemaal geen straf. Op een studiedag leer je weer nieuwe dingen, doe je nieuwe inzichten op en kun je weer even bijpraten met collega’s. Dit jaar organiseerde KTV Kennisnet weer een studiedag Italiaans, over het vertalen van financiële documenten. Nu zijn cijfers nooit mijn sterkste punt geweest (ik ben niet voor niets de talenkant op gegaan), maar de tekst rondom die cijfers vind ik wel interessant, dus treinde ik op 1 april naar Amersfoort.

Accountants zijn helemaal niet saai

Het programma bestond uit twee delen: ’s morgens een lezing/presentatie van accountant Alex Duijnisveld, over de verschillen tussen Italiaanse en Nederlandse bedrijfsvormen, de terminologie van jaarrekeningen en statuten en allerlei andere financiële documenten en ’s middags een intensieve vertaalworkshop onder leiding van Francesca Sfondrini, waarin we een deel van een Italiaanse jaarrekening en een bankgarantie hebben vertaald  en een terminologielijst hebben opgesteld.

Een van de redenen waarom ik economie heb laten vallen op het atheneum, is dat het maar niet lukte om echt te blijven luisteren naar de uitleg van de docenten. Of dat nu aan de methode van de docenten lag of gewoon aan mij, laat ik even in het midden. Ik was er dan ook huiverig voor dat mijn gedachten ook nu weer na een kwartier zouden afdwalen naar leukere dingen. Niet bleek gelukkig minder waar. Alex wist op een heldere en boeiende manier al die financiële termen uit te leggen, die ik als tiener zo ontzettend saai vond. En dit keer is de kennis ook blijven hangen.

Kapitaal, aandelen en bankgaranties

De uitleg van Alex kwam goed van pas tijdens het middagprogramma. Thuis hadden we de teksten al een keer vertaald en het nodige onderzoek gedaan op internet. Toch waren er nu weer genoeg dingen die we anders zouden doen, omdat we meer context hadden bij al die Italiaanse en Nederlandse begrippen. Tijdens het bespreken van de teksten, hebben we direct een begrippenlijst aangelegd, die de accountant nog even heeft nagekeken.

Op de studiedag heb ik niet alleen veel geleerd, maar ook weer bijgepraat met collega’s en nieuwe mensen leren kennen. Rond een uur of 17 stapte ik dan moe maar voldaan en geïnspireerd in de trein naar Utrecht, klaar om mijn tanden in een financiële tekst te zetten.

Heeft u een contract, statuten, een jaarverslag of een ander financieel Italiaans document liggen dat u graag vertaald zou willen hebben? Neem dan even contact met me op en dan help ik u graag verder.

Aankondiging: Verraders

Aankomende week verschijnt mijn tweede boekvertaling voor Serena Libri: Verraders van Giorgio Scerbanenco. Deze politieroman verscheen in 1966 voor het eerst bij Garzanti Libri als Traditori di tutti. Het is het tweede boek van Giorgio Scerbanenco dat door Serena Libri uitgegeven wordt. In 2014 verscheen Moord op school, in de vertaling van Els van der Pluijm.

Valpartijen en te beleefd bezoek

Het is wel erg toevallig dat er de laatste tijd meerdere auto’s in de de Alzaia Naviglio Pavese geduikeld zijn. En Duca Lamberti, geschorst arts en nu werkzaam voor de politie, houdt absoluut niet van toeval. Als hij dan ook nog een erg welopgevoede jongeman aan de deur krijgt met een wat minder welopgevoed verzoek, weet hij zeker dat er iets niet in de haak is. Na een heftige discussie met Carrua, de hoofdcommissaris van de Milanese politie, gaat hij met Mascaranti op onderzoek uit en hij ontdekt dat niets ooit is wat het lijkt, als het om geboefte gaat.

De bel ging, veel te beleefd, maar hoe de bel ook gaat, er zijn momenten waarop het nooit goed is dat hij gaat, er kan dan maar beter niemand voor de deur staan, iedereen is dan onuitstaanbaar. Maar de man voor wie hij moest opendoen door dat beleefde luiden van de bel, was nog onuitstaanbaarder dan je kon verwachten.

Verraders is vanaf 13 november verkrijgbaar bij de boekhandel en natuurlijk bij Serena Libri.

Een zeemeermin, een staatsgreep en kannibalen

In mei 2012 ben ik naar de Salone del Libro in Turijn geweest en op de terugweg kon mijn koffer nog maar net dicht. Tussen de boek die ik heb meegenomen, zat ook dit boek. De schrijfster, Silvana Gandolfini, is vooral erg populair bij de jongere lezers. In 1996 won ze de Premio Andersen voor haar boek L’isola del tempo perso en in datzelfde jaar werd ze ook uitgeroepen tot Italiaanse schrijfster van het jaar.
Het boek Il club degli amici immaginari [De club van de denkbeeldige vriendjes] is een soort vervolg op L’isola del tempo perso. Ik heb dat boek echter nog niet gelezen, Il club degli amici immaginari is het eerst boek dat ik van deze schrijfster gelezen heb en ik ben onder de indruk.
Ik mag dan wel niet meer in de leeftijdscategorie vallen waarvoor dit boek bedoeld is, maar ik had geen enkel moment het idee dat ik een jeugdboek aan het lezen was. Gandolfini heeft een prettige schrijfstijl, eenvoudig zonder dat je het idee hebt dat je niet serieus genomen wordt als lezer. Ze beschrijft de personages, de situaties en de omgeving op zo’n manier dat er ook ruimte is voor je eigen verbeelding. Vanaf de eerste pagina zit je in het verhaal.

Oscar is bijna tien jaar oud, heeft superhersens en zwakke longen; daarom brengt hij zijn zomervakanties door aan het strand, met zijn ouders, in een afgelegen huis, omringd door de rotsen in de inham van Portopidocchio. Tijdens een vollemaansnacht gaat Oscar stiekem naar het strand. Daar zit Mia, een jonge zeemeermin, op een rots op hem te wachten. Ze is super mooi en roekeloos. Ze spoort Oscar aan om naar het Eiland van de Verloren Tijd te vluchten, ver weg van de Rechter, zijn strenge en autoritaire vader. Maar niet alles loopt op rolletjes: een groep Kannibalen heeft het Eiland verlaten en is neergekomen op Aarde om een staatsgreep te plegen. Mia heeft echter een plan: het verzamelen van een klein leger denkbeeldige vriendjes om de Kannibalen te verslaan die het Paleis van de Macht al veroverd hebben. Daniele, Chewing, het Poepkind, Aelita, Spartacus en de Lachende Tijger zijn slechts enkele van de DVVB’s (Denkbeeldige Vriendjes Verlaten door hun Bedenker) die Oscar en Mia vergezellen in deze onderneming.

Ik heb nooit een denkbeeldig vriendje gehad toen ik opgroeide en nu denk ik dat ik heel wat avonturen gemist heb. En dat Eiland van de Verloren Tijd (Isola del Tempo Perso) lijkt me een mooie plek voor een vakantie.
Ik heb meegeleefd met Oscar en Mia, maar ook met de Rechter. Zo star en streng door het leven gaan lijkt me geen pretje.
De tekeningen, die gemaakt zijn door Giulia Orecchia, vergroten het leesplezier. Het zijn treffende zwart-wit tekeningen die een extra dimensie aan het verhaal geven. Juist omdat ze niet te gedetailleerd zijn, zijn de personages en de scenes zo herkenbaar. Er is genoeg ruimte om je eigen voorstelling in te vullen in de tekening.

Il club degli amici immaginari is voor volwassenen misschien nog wel leuker dan voor kinderen. Denkbeeldige vriendjes, een eiland waar je eeuwig jong blijft en vooral veel avontuur, wie heeft de ‘echte wereld’ nog nodig?