Rianne leest: ‘Legati da un filo’ van Emilia Cinzia Perri

‘Un amico è qualcuno con cui puoi essere te stesso. Con lui puoi parlare di qualsiasi argomento, perché un amico non ti giudica, e a tua volta lo ascolti senza giudicarlo.’

[‘Een vriend is iemand bij wie je jezelf kunt zijn. Met een vriend kun je overal over praten, omdat een vriend je niet veroordeelt. En op jouw beurt luister je zonder oordelen naar je vriend.’

Emilia Cinzia Perri heeft al aardig wat publicaties op haar naam staan. Ze verwerkt alles wat ze meemaakt graag in stripverhalen en boeken. Haar kinderboek (11+) Legati da un filo [Door een draad verbonden] heeft in 2021 de Premio Il Battello a Vapore gewonnen. Deze prijs is in het leven geroepen door het kinderboekenfonds van uitgeverij Edizioni Piemme, om kinderboeken van nog redelijk onbekende Italiaanse schrijvers voor het voetlicht te brengen en om deze schrijvers te helpen debuteren.

Jezelf durven zijn

Legati da un filo speelt in het begin van de twintigste eeuw in een klein dorpje in de Amerikaanse staat Louisiana. De elfjarige Fred heeft rood haar en is dol op naaien en borduren. Hij heeft deze handwerkkunsten geleerd van zijn moeder en opa. Alleen durft Fred er niet mee te koop te lopen, omdat handwerk sinds jaar en dag als ‘vrouwenwerk’ gezien wordt. 

Fred is zo bang voor het oordeel van anderen, dat hij aanvankelijk ook zijn vriendschap met Nick geheim probeert te houden. Nick is nieuw in de klas, dol op lezen en heel goed in leren. Dan komt Diana zijn leven in. Ze is het opgewekte nichtje van zijn buren. Ze valt buiten de boot in het dorp, omdat ze niet wit is. Maar haar kan het niets schelen. Dankzij Diana leert Fred wat respect voor jezelf en voor anderen betekent, en wat echte vriendschap is.

Mooie levenslessen

Via de oom van Fred, een fervent reiziger, deelt Emilia Cinzia Perri een aantal mooie levenslessen. Zoals de les over vriendschap waar deze beschrijving mee begint. En de tekst op de achterkant van het boek:

‘Fred, non importa che tu sia un maschio o una femmina, puoi fare quello che vuoi, se non reca danno agli altri. L’importante è che tu sia felice.’

[‘Fred, het maakt niet uit of je een jongen of meisje bent. Je kunt doen wat je wilt, zo lang je anderen daarmee geen pijn doet. Het belangrijkst is dat je gelukkig bent.’]

Een belangrijke boodschap voor elk kind, en ook voor elke volwassene. Wees wie je bent.

Eenvoudig en soms frustrerend

Het boek is in eenvoudige taal geschreven, passend bij de doelgroep. De verhaallijnen zijn duidelijk en het is eenvoudig om met de personages mee te leven, omdat ze zo herkenbaar zijn. Zelfs de ‘slechteriken’ in het verhaal wekken soms empathie op.

De frustratie komt vooral door de tijdsgeest. Soms vergeet je even dat het boek in het begin van de twintigste eeuw speelt en dat de maatschappij toen heel anders in elkaar zat dan nu, honderd jaar later. Hoewel het misschien nog frustrerender is dat sommige zienswijzen helaas bitter weinig veranderd zijn.

Legati da un filo is een fijn kinderboek over jezelf durven en mogen zijn. Zo’n boek waar er nooit te veel van kunnen zijn.

Legati da un filo – Emilia Cinzia Perri
Piemme, 2022

 

Rianne leest: ‘La casa viola’ van Marco Erba

‘Non voglio una vita perfetta, voglio una vita felice. Non c’è felicità senza ricordo, senza amore. Non c’è felicità senza dolore.’

[‘Ik wil geen perfect leven, ik wil een gelukkig leven. Geluk bestaat niet zonder herinneringen, zonder liefde. Geluk bestaat niet zonder pijn.’]

Na veel boeken voor jongeren, heeft een van mijn favoriete Italiaanse schrijvers weer een boek geschreven voor kinderen vanaf 8 jaar. La casa viola [Het paarse huis] is een redelijk dun boek, zo’n 160 bladzijden, maar niet minder indrukwekkend dan de andere boeken van Marco Erba. Het verhaal bevat alle thema’s die ik inmiddels als echte Erba-thema’s ben gaan zien: zelfreflectie, vergiffenis, mededogen en acceptatie. En dat allemaal in een spannend jasje gegoten dat zeer goed aansluit op de belevingswereld van kinderen.

Een perfect leven

Clelia heeft een perfect leven en een stralende toekomst voor zich. Ze is de ster van het meisjesvoetbalteam, haar ouders geven haar alles waar ze maar om vraagt, ze heeft de liefste hond van de wereld, ze woont in het beste dorp en de jongen waar ze een oogje op heeft, vindt haar ook leuk. Toch knaagt er af en toe iets, al weet ze niet precies wat. En ze wordt op onverklaarbare wijze aangetrokken door het paarse huis. Niemand komt ooit bij dat huis in de buurt, want het spookt er. Toch lijkt ze er niet weg te kunnen blijven. Zelfs niet als ze rare visoenen krijgt van een leven dat op het hare lijkt, maar waarin soms verdrietige dingen gebeuren. 

Spanning en belangrijke vragen

De titel en korte plotbeschrijving op de achterflap waren intrigerend genoeg om dit boek meteen te kopen. En dat komt echt niet alleen doordat paars (viola) mijn lievelingskleur is! Ik was benieuwd naar welke rol het paarse huis zou spelen in Clelia’s perfecte leven. Al gelijk in de eerste hoofdstukken ontdek je dat het paarse huis een soort toegang is tot het andere, minder perfecte maar wellicht authentiekere leven dat Clelia zou kunnen leiden. Waar je als lezer eerst ook een beetje bang bent voor dat dreigende huis, hoop je uiteindelijk dat Clelia er binnen gaat. Je wil namelijk dolgraag weten hoe dat andere leven er dan uit ziet. Bovendien wordt Clelia’s leven in Margerita juist door die perfectie steeds enger. 

Ondanks dat ik niet per se meer tot de doelgroep behoor (ik ben 35+ en niet 8+), kon ik dit boek niet wegleggen. Marco Erba behandelt thema’s die in elke leeftijdsgroep spelen en belangrijk zijn. En hij beschrijft ze op zo’n manier, dat je ook als volwassene aan het denken wordt gezet over wat er beter is: een perfect leven of een authentiek bestaan. 

La casa viola – Marco Erba, Ancora, 2022.

Rianne leest: ‘Quando mi riconoscerai’ van Marco Erba

‘Se avessimo tutto il coraggio di fare i diversi, forse le cose andrebbero meglio.’

[‘Als we allemaal dapper genoeg waren om anders te zijn, zou het nu misschien beter gaan.’]

Na La città d’argento was ik erg benieuwd naar wat Marco Erba nog meer geschreven had en of me dat net zo zou raken als dit prachtige boek. Dus kocht ik Quando mi riconoscerai [Wanneer je me herkent], uitgebracht in 2018. En hoewel de voorkant niet echt vernieuwend is (er zijn best veel jongerenboeken met een roodharig meisje op de voorkant, zoals bijvoorbeeld de boeken van Enrico Galiano over Gioia) is het verhaal dat wel.

Een klein Italiaans dorp

Niet alleen Italo, Rodolfo, Camilla en Enea staan centraal in dit verhaal dat 50 jaar omspant, maar ook het dorp Castenate. Castenate is een niet bestaand dorp in Noord-Italië, maar is natuurlijk gebaseerd op talloze bestaande Italiaanse dorpen. 

Net als in vrijwel heel Italië staan in 1935 de fascisten er aan het roer. De lokale afdeling wordt gerund door capo Giorgio Fontana. Hoewel er genoeg dorpelingen zijn die het niet eens zijn met de fascisten, komt er niemand echt in opstand. Iedereen houdt het hoofd gebogen en gaat door met leven. Maar dan sluit Mussolini een pact met Hitler en wordt Italië de oorlog in gesleurd. En hoewel ze in Castenate niet aan de frontlinie zitten, zijn ook hier de gevolgen goed voelbaar. De jonge mannen worden opgeroepen voor het leger, sommige duiken onder en andere geven gehoor aan de oproep. Fontana en zijn mannen drukken elke vorm van opstand gewelddadig de kop in. Als het einde van de oorlog nadert en een nederlaag voor de fascisten niet meer af te wenden lijkt, worden de opstandige geluiden in het dorp sterker. Een groep jonge mannen, de partizanen, maakt plannen om het fascistisch regime in het dorp omver te werpen, met grote gevolgen. En ook in de decennia na de oorlog werkt de strijd tussen de fascisten en de partizanen nog lang na in Castenate. 

Twee tijden, één verhaal

Net als in Città d’argento beschrijft Marco Erba ook in Quando mi riconoscerai twee verhalen, één in het verleden en één in het heden, die elkaar uiteindelijk kruisen. Of eigenlijk loopt het verhaal van de tweeling Italo en Rodolfo, dat in 1935 begint, door tot in 2010. Het verhaal van Enea en Camillia begint in 1987 en kruist in 1998 dat van de tweelingbroers.

Rodolfo en Italo zijn een eeneiige tweeling en lijken dus sprekend op elkaar, ze hebben zelfs dezelfde hartvormige moedervlek op hun rechterhand. Maar ze hebben compleet andere karakters. Italo is rustig, meegaand en weet wanneer hij zijn mond moet houden, en Rodolfo is opstandig, intens en komt geregeld in de problemen omdat hij zijn mond niet kan houden. Rodolfo is fel tegen de fascisten, en in het bijzonder tegen Giorgio Fontana en zijn loopjongen Aristide Broglia. Toch krijgt hij Viola, de mooie dochter van de fascisten-capo, niet uit zijn hoofd. Terwijl zij juist voorbestemd lijkt te zijn om te trouwen met zijn aartsvijand Aristide. Wanneer de regering alle jonge mannen oproept voor de dienstplicht, is het de kalme Italo die onderduikt en meldt de opstandige Rodolfo zich wel bij het leger, want hij gaat nooit een uitdaging uit de weg. Samen met Aristide wordt hij naar het front in Rusland gestuurd, waar hij nooit meer van terugkeert. Het is aan Italo om verder te leven in het Italië van na de oorlog, voor zichzelf en voor zijn tweelingbroer. 

In 1987 begint Camilla aan haar eerste dag op de basisschool. Vanwege haar rode haren en haar felheid wordt ze ook wel ‘la strega’ genoemd, de heks. Meteen de eerste dag botst ze met de rustige, superslimme Enea (Aeneas), een jongetje dat alle letters al kent en vernoemd is naar een hoofdfiguur uit de klassieke literatuur. Enea is elke middag na school bij zijn oma, omdat zijn ouders werken. Hij is dol op haar en snapt niet waarom de mensen in het dorp haar een hoer noemen en waarom hij en zijn vader zijn oma’s achternaam dragen en niet die van zijn opa. Maar als hij naar zijn opa vraagt, wordt hij steevast afgekapt. De jaren verstrijken en na veel strijd sluiten Camilla en Enea uiteindelijk vrede. Er ontstaat een hechte vriendschap. Enea zou die vriendschap graag veranderen in een romantischere relatie, maar Camilla blijft de boot afhouden. Toch steunen ze elkaar door dik en dun en is Camilla degene die Enea belt als zijn oma haar verhaal vertelt. Eindelijk komt Enea te weten waarom hij zijn oma’s achternaam heeft. Bovendien ontdekt hij welke rol schoolbuschauffeur (en dorpsdichter) Italo in zijn familiegeschiedenis heeft gespeeld.

Actuele geschiedenis

Marco Erba weet ook in dit boek weer heel goed het verleden actueel te maken voor jongeren. Hij beschrijft op eenvoudige en toch indringende manier de emoties en problemen waar tieners mee geconfronteerd worden, of dat nu in oorlogstijd is of op de middelbare school. Juist doordat zijn personages ook tijdens allesbepalende momenten in de geschiedenis worstelen met groepsdruk en hormonen, wordt de historische context behapbaar. Het is makkelijker om je voor te stellen hoe het was om op te groeien tijdens het fascisme in Italië en waarom die geschiedenis ook nu nog nawerkt. Marco Erba wil de lezers niet alleen waarschuwen voor elke vorm van onderdrukking, maar ook meegeven dat alle mensen uniek zijn en meer zijn dan de ideeën waar waar ze voor staan.

Bladzijde na bladzijde

Hoewel sommige onthullingen geen grote verrassingen zijn, en naar mijn idee ook niet bedoeld zijn als grote wendingen in het verhaal, was het ook dit keer weer lastig om me los te rukken uit het boek. Ik leefde mee met Rodolfo aan het ijskoude front, met Italo die voor twee moet leven, met Camilla en haar nare thuissituatie en met Enea, de studiebol die alles snapt behalve de liefde. Ook al ben ik allang geen tiener meer!

Quando mi riconoscerai – Marco Erba, Rizzoli, 2018.

Wat mij betreft zou ook Quando mi riconoscerai uitstekend passen in de Nederlandse boekenwereld, dus uitgevers: verwerf die rechten! En naar een goede vertaler hoeven jullie niet lang te zoeken.

Rianne leest: ‘Lo strano viaggio di un oggetto smarrito’ van Salvatore Basile

‘Sei tu che mi cambi i colori alla vita.’
[‘Jij verandert de kleuren in mijn leven.’]

Vorig jaar stond mijn tijdlijn op Twitter ineens vol met berichten over de langverwachte roman van Salvatore Basile: Lo strano viaggio di un oggetto smarrito [De vreemde reis van een verloren voorwerp] en ik was direct geïntrigeerd. Waar zou een roman met zo’n titel over gaan? Vast niet over de afdeling verloren voorwerpen van de Italiaanse spoorwegen, toch? Ik reserveerde het boek direct via ibs.it en telde verwachtingsvol de dagen tot het boek bezorgd zou worden. Een aantal weken later zat ik met het boek in de zon op ons dakterras en maakte ik een vreemde reis.

Op een klein stationnetje

Michele woont op het kleine station van Miniera di Mare. ’s Morgens vertrekt van dit station de trein naar de grote stad, om ’s avonds weer terug te keren. Vroeger was de vader van Michele was daar de stationschef en Michele is hem opgevolgd. Nu er zoveel is geautomatiseerd, houdt Michele zich vooral bezig met het verzamelen van de voorwerpen die door de reizigers zijn achtergelaten. In zijn kleine huisje heeft hij een kamer ingericht speciaal voor die voorwerpen, want ze worden toch nooit opgehaald. Totdat op een dag Elena voor zijn neus staat, op zoek naar de jas die ze in de trein heeft laten liggen. En zij zet Micheles leven op zijn kop.

De kleuren van het leven

Salvatore Basile woont in Rome en werk daar als scenarioschrijver en regisseur. Lo strano viaggio is zijn debuutroman en het boek leest als een film. Basile weet in een paar zinnen allesomvattende beelden te schetsen, waarin kleuren een grote rol spelen. Elena gelooft namelijk dat iedereen zijn eigen kleur heeft, die als een sterrenbeeld veel vertelt over wie je bent, maar Michele is nog kleurloos. Sinds het vertrek van zijn moeder is hij vastgeroest in zijn dagelijkse routine en komt hij het station niet meer af. Zijn kennismaking met Elena zet hem er toe aan om op zoek te gaan naar zijn moeder en uiteindelijk naar zijn kleur. Op zijn reis ontmoet hij allerlei mensen die hem op soms onnavolgbare wijze levenslessen meegeven. Regelmatig zat ik met een brok in mijn keel, om vervolgens weer te moeten grinniken om de rare fratsen van Michele. Lo strano viaggio di un oggetto smarrito is grappige, liefdevolle, ontroerende, vreemde reis die we allemaal zouden moeten maken.

Lo strano viaggio di un oggetto smarrito – Salvatore Basile, Garzanti, 2016.

Rianne leest: ‘Canti delle terre divise’ van Francesco Gungui

Een paar jaar geleden kocht ik in Italië Inferno, deel 1 van een nieuwe young adult trilogie Canti delle terre divise [Canto van de verdeelde werelden] van Francesco Gungui. Francesco debuteerde met een boek waarin hij recepten en verhalen combineerde. Hij verwierf daarna nationale bekendheid in Italië met zijn jongerenroman Mi piaci così [Zo vind ik je leuk] en I canti delle terre divise is zijn eerste fantasyreeks.

De hemel, De louteringsberg en de hemel

De serie speelt zich af in een dystopische wereld. Europa is een grote ommuurde stad, waar de inwoners twee opties hebben: armzalige en gevaarlijke baantjes aannemen om rond te komen of in dienst bij de allerrijksten in Paradiso. Maar als je de autoriteiten, de Oligarchie, op welke wijze dan ook trotseert, wacht je een definitieve gevangenis:  Inferno (hel). Deze gevangenis ligt op een vulkanisch eiland ver buiten de bewoonde wereld en is opgebouwd volgens de hel die Dante Alighieri ontwierp in zijn Divina Commedia. Elk vergrijp heeft een passende straf.
In de trilogie staan Alec en Maj centraal. Hij komt uit Europa en werkt als tuinman in de villa van de familie van Maj. Als Maj valselijk beschuldigd wordt van een misdrijf en naar Inferno gestuurd wordt, gaat Alec vrijwillig mee.

Inferno

Alec en Maj proberen te overleven in Inferno en zijn vastbesloten om te ontsnappen, maar dat is nog niet zo makkelijk. Inferno blijkt een wereld op zich te zijn met zijn eigen regels en inwoners. Zo zijn er de Amazones, een groep jonge vrouwen geleid door hun koningin, die de scepter zwaaien over hun eigen stukje Inferno. En ze ontmoeten Jorgos, een klein jongetje dat niet praat. Na veel hachelijke avonturen weten Alec en Maj uiteindelijk te ontsnappen uit de gevangenis, maar waar moeten ze heen?

Purgatorio

Opgejaagd door de Oligarchie komen Alec en Maj in Purgatorio, een plek die voor iedereen verborgen is gebleven en waar de rebellen een coup aan het plannen zijn. Om geaccepteerd te worden in deze samenleving moeten Alec en Maj zich bewijzen. En ze slaan ieder hun eigen pad in. Zo wordt Alec uiteindelijk de nieuwe leider van de Oligarchie, terwijl Maj met de rebellen voor een vrij Europa vecht.

Paradiso

Maj en Alec staan lijnrecht tegenover elkaar. Alec reist af naar Amerika, een relatief onbekend werelddeel waar nog vrijheid lijkt te zijn, en Maj blijft doorvechten met de rebellen. Dan barst de grote eindstrijd los. Weet Alex de juiste keuze te maken?

Dystopische Dante?

Ik kocht het eerste deel in de veronderstelling dat het een soort YA-hervertelling van Dantes Divina Commedia zou zijn. Dat is het niet. Er komen wel veel elementen uit Dantes epos terug in de serie, maar daar houdt de vergelijking op. Francesco Gungui heeft zijn eigen dystopische wereld gecreëerd en hij maakt daarbij gebruik van de welbekende kloof tussen arm en rijk. Qua opzet doet deze serie denken aan veel andere YA-series. Er is een liefdesverhaal, er wordt gevochten voor idealen en jonge mensen staan centraal. Toch heeft deze serie ook genoeg elementen die ervoor zorgen dat het verhaal je verrast. Voor lezers die bekend zijn met Dantes beeld van het hiernamaals, is het erg leuk om te lezen hoe de schrijver dit verwerkt heeft in zijn wereld. Voor lezers die gefascineerd zijn door dystopische werelden en niet vies zijn van wat gruwelijkheden, biedt deze serie angstaanjagende en verontrustende beelden, maar ook hoop. En een mooi liefdesverhaal doet het altijd goed. Bovendien schrijft Francesco erg prettig en lezen de boeken fijn weg.

Rianne leest: ‘L’anno che non caddero le foglie’ van Paola Mastrocola

Begin deze maand las ik een prachtig filosofisch sprookje: L’anno che non caddero le foglie [Het jaar waarin de bladeren niet vielen] van Paola Mastrocola. Dit is het eerste boek dat ik van deze schrijfster heb gelezen, maar zeker niet het laatste.

Paola Mastrocola is lerares Italiaans op het vwo in Turijn en schrijft daarnaast boeken voor kinderen en volwassenen. Ze debuteerde in 2000 met La gallina volante [De vliegende kip], dat drie prijzen heeft gewonnen. En ook de boeken die ze daarna publiceerde, vielen in de prijzen. De verhalen van de Italiaanse schrijfster zijn herkenbaar voor zowel kinderen als volwassenen. Aan de hand van op het oog onbetekenende gebeurtenissen beschrijft ze filosofische gedachtegangen en diepgaande emoties en altijd met een licht komische ondertoon.

In 2016 verschenen bij Ugo Guanda Editore, Milaan.

L’anno che non caddero le foglie

Het is herfst en de bladeren vallen van de bomen, tenminste, dat zouden ze moeten doen, maar ze blijven koppig zitten waar ze zitten. De kleine Federico maakt zich zorgen, want hoe moet hij nou slidings maken zonder bladeren? De tuinman komt zonder werk te zitten en het verlegen eekhoorntje Squirri baalt, want nu kan ze haar grote liefde, Volpo de vos, niet bespieden. Verlegen als ze is, durft ze zich niet te laten zien en bekijkt ze hem van een veilig afstandje. Maar nu zitten de bladeren ervoor en hoort ze hem alleen basketballen. Kan ze genoeg moed verzamelen om op onderzoek uit te gaan?
Er is er één die weet waardoor de bladeren niet vallen: de wind, die overal blaast en alle verhalen kent. Hij weet dat er een liefdesverhaal achter zit.

Op het eerste gezicht lijkt het een luchtig sprookje, maar er zit ook een filosofische kant aan dit verhaal. Paola Mastrocola roept vragen op over geluk, het lot en de noodzaak van natuurwetten. Je leeft intens mee met Squirri, maar ook met Lina, het blaadje dat zich vastklampt aan de liefde. En je vraagt je af: welke gevolgen heeft het als oeroude natuurwetten betwist worden en wanneer voel je je genoodzaakt dat te doen?

Het is een boek voor jong en oud, dat je aan het denken zet en even meeneemt naar een andere wereld, waarin de bladeren niet vallen.

Rianne leest – ‘Il Mangianomi’ van Giovanni De Feo

Zo’n drie jaar geleden beloofde ik in een blogpost dat ik regelmatig mijn favoriete Italiaanse fantasyromans in het zonnetje zou zetten. Eindelijk maak ik die belofte waar!
Ik trap af met het duistere sprookje dat mijn hart heeft gestolen: Il Mangianomi van Giovanni De Feo (Salani Editore, 2010).

“Una caccia spietata in boschi d’incubo. Un horrer fiabesco, un viaggio nel nostro immaginario più oscuro.”

[“Een meedogenloze jacht in nachtmerrieachtige bossen. Een sprookjesachtige horror, een reis door onze donkerste verbeelding.”]

Deze zin was mijn eerste kennismaking met dit boek en het begin van een indrukwekkend leesavontuur. Il Mangianomi (De Nameneter) is het eerste libro di fantascienza van Giovanni De Feo. De in Genova geboren schrijver werkte eerst als scenarioschrijver en als docent op internationale scholen in Amsterdam en Londen. Zijn ervaring als scenarioschrijver werkt hem absoluut niet tegen in dit boek. De veelal duistere scènes zijn meeslepend beschreven en het is vaak net of je zelf in het Ducato di Acquaviva bent.

Namen zijn van levensbelang

Il Mangianomi staat centraal. Het is een ongrijpbaar wezen dat alles op zijn pad van zijn of haar naam ontdoet. Of het nu mensen, dieren, huizen of planten zijn. Als Il Mangianomi langs is geweest, weten ze geen van allen meer wie of wat ze zijn. Het is dan ook niet helemaal toevallig dat namen een belangrijke rol spelen in dit verhaal. Zo is daar Magubalik met zijn drie honden, Maag, Uba en Lik, de Conte (graaf) di Torrespacca, de valk Gringiasangue en de stad Città dei Nomi. (Wat een leuke uitdaging zou het zijn om die namen te vertalen voor een Nederlandse uitgave!) En stuk voor stuk raken ze hun naam kwijt aan Il Mangianomi. Stel je voor hoe het zou zijn om je naam kwijt te raken, want wie ben je zonder je naam? En wat als jij je naam niet kwijt bent, maar als de rest van de wereld jouw naam kwijt is, wat dan?

In dit boek onderzoekt De Feo deze existentiële vragen en dat onderzoek heeft hij in een fascinerend, duister fantasyverhaal gegoten. Al zijn personages heb ik in mijn hart gesloten, zelfs Il Mangianomi, want De Feo weet ook dit monster iets herkenbaars mee te geven.

Dankzij de soepele vertelwijze word je het verhaal ingezogen en groei je samen met Magubalik, de held van het verhaal, van einzelgänger naar held naar uitgestotene die uit moet vogelen wie hij nu eigenlijk is. Het is in feite een bildungsroman met alle ingrediënten van een spannend sprookje: een held, een jonkvrouw die gered moet worden, een schurk, hulp uit onverwachte hoek en dieren met menselijke eigenschappen.

Kortom, het boek is niet alleen een fijn tijdverdrijf, maar ook een reis, een ontdekkingstocht en een onderzoek naar identiteit.