Italiaanse fantasy II – Il Mangianomi

Zo’n drie jaar geleden beloofde ik in een blogpost dat ik regelmatig mijn favoriete Italiaanse fantasyromans in het zonnetje zou zetten. Eindelijk maak ik die belofte waar!
Ik trap af met het duistere sprookje dat mijn hart heeft gestolen: Il Mangianomi van Giovanni De Feo (Salani Editore, 2010).

“Una caccia spietata in boschi d’incubo. Un horrer fiabesco, un viaggio nel nostro immaginario più oscuro.”

[“Een meedogenloze jacht in nachtmerrieachtige bossen. Een sprookjesachtige horror, een reis door onze donkerste verbeelding.”]

Deze zin was mijn eerste kennismaking met dit boek en het begin van een indrukwekkend leesavontuur. Il Mangianomi (De Nameneter) is het eerste libro di fantascienza van Giovanni De Feo. De in Genova geboren schrijver werkte eerst als scenarioschrijver en als docent op internationale scholen in Amsterdam en Londen. Zijn ervaring als scenarioschrijver werkt hem absoluut niet tegen in dit boek. De veelal duistere scènes zijn meeslepend beschreven en het is vaak net of je zelf in het Ducato di Acquaviva bent.

Namen zijn van levensbelang

Il Mangianomi staat centraal. Het is een ongrijpbaar wezen dat alles op zijn pad van zijn of haar naam ontdoet. Of het nu mensen, dieren, huizen of planten zijn. Als Il Mangianomi langs is geweest, weten ze geen van allen meer wie of wat ze zijn. Het is dan ook niet helemaal toevallig dat namen een belangrijke rol spelen in dit verhaal. Zo is daar Magubalik met zijn drie honden, Maag, Uba en Lik, de Conte (graaf) di Torrespacca, de valk Gringiasangue en de stad Città dei Nomi. (Wat een leuke uitdaging zou het zijn om die namen te vertalen voor een Nederlandse uitgave!) En stuk voor stuk raken ze hun naam kwijt aan Il Mangianomi. Stel je voor hoe het zou zijn om je naam kwijt te raken, want wie ben je zonder je naam? En wat als jij je naam niet kwijt bent, maar als de rest van de wereld jouw naam kwijt is, wat dan?

In dit boek onderzoekt De Feo deze existentiële vragen en dat onderzoek heeft hij in een fascinerend, duister fantasyverhaal gegoten. Al zijn personages heb ik in mijn hart gesloten, zelfs Il Mangianomi, want De Feo weet ook dit monster iets herkenbaars mee te geven.

Dankzij de soepele vertelwijze word je het verhaal ingezogen en groei je samen met Magubalik, de held van het verhaal, van einzelgänger naar held naar uitgestotene die uit moet vogelen wie hij nu eigenlijk is. Het is in feite een bildungsroman met alle ingrediënten van een spannend sprookje: een held, een jonkvrouw die gered moet worden, een schurk, hulp uit onverwachte hoek en dieren met menselijke eigenschappen.

Kortom, het boek is niet alleen een fijn tijdverdrijf, maar ook een reis, een ontdekkingstocht en een onderzoek naar identiteit.

Italiaans leeslijstje

Zoals ik al eerder bekende, ben ik dol op fantasyliteratuur en op mijn leesstapel ligt altijd wel een fantasyroman. Maar dit betekent niet dat ik geen oog heb voor andere boeken. Integendeel, want ik lees zo’n beetje alles wat los en vast zit. Zelfs de koffievakbladen van mijn vriend zijn niet veilig. Net als veel andere leesfanaten, lees ik meerdere boeken tegelijk. Meestal ben ik bezig in een fantasyroman, een Nederlands (vertaald) boek en een Italiaanse uitgave. Het liefst lees ik moderne Italiaanse literatuur, of een giallo of een libro di fantascienza. Hieronder een klein overzicht van de Italiaanse titels van de afgelopen tijd.

Antonio Manzini Non è stagione (Sellerio, 2015) en Era di maggio (Sellerio, 2015)

Dit zijn alweer deel 3 en deel 4 in de serie over Rocco Schiavone. (Deel twee, La costola di Adamo, vertaalde ik voor Serena Libri). In deze twee boeken komen we meer te weten over het verleden van Rocco, kijken we toe hoe Rocco
een ingewikkelde ontvoeringszaak oplost, een nieuwe huisgenoot krijgt, een moord in de gevangenis onderzoekt en huilen we met hem en zijn Romeinse vrienden mee als zich een onvoorstelbare tragedie voltrekt. Net als de vorige twee delen, zijn ook deze lekker vlot geschreven met mooie (doch deprimerende beschrijvingen) van de eeuwige sneeuw in Aosta en scherpe dialogen.

Gianluca Morozzi Radiomorte (Ugo Guanda Editore, 2014)

Toen ik de achterkant van dit boek las, was ik meteen verkocht: ‘Kijk eens naar hoe de familie Colla de zaal binnenkomt. Kijk hoe ze hun plek innemen en gaat zitten, mooi, glimlachend en goed gekleed. Kijk en prent deze foto van de perfecte familie met de perfecte glimlach in je geheugen. Het is de laatste keer dan je ze samen zult zien.’ In dit boek staat de familie Colla centraal, een perfecte familie. Ze geven hun zoveelste radio-interview en alles lijkt op rolletjes te lopen, tot de diskjockey aankondigt dat ze dan wel met zijn vieren binnenkwamen, maar dat er slechts drie de studio weer zullen verlaten. Het boek leest als een film, compleet met zeer beeldende scènes, onverwachte plotwendingen en bizarre onthullingen. Morozzi kent geen genade en legt zijn personages helemaal bloot, the good, the bad and the ugly. Een echte Italiaanse noir dus, die nog lang door mijn hoofd gespookt heeft.

Clea Benedetti Il guerriero dell’eternità (Fabbri Editori, 2014)

De schrijfster was pas achttien toen ze deze dieselpunk fantasy schreef. Dit is het verhaal van Dunter, die erachter komt dat hij een essentieel onderdeel uitmaakt van een millennia oude cyclus. Het is het aloude verhaal over de balans tussen goed en kwaad, tussen donker en licht, in een wereld vol vreemde wezens, nieuwe energiebronnen en mensen met hun eigen agenda. Na het lezen van de laatste bladzijde weet je dat er nog delen zullen volgen, de reis van Dunter is nog maar net begonnen. Het verhaal is interessant en de wereld zit goed in elkaar. Toch lukte het me niet om echt in het boek op te gaan, omdat de schrijfster op een aantal punten te gehaast te werk gaat. Belangrijke omslagpunten in de reis van de held worden afgeraffeld en veldslagen lijken na twee pagina’s al gewonnen te zijn. Misschien dat er in het volgende deel wat meer aandacht besteed wordt aan de details, zodat je niet het idee hebt dat je achter de feiten aanloopt tijdens het lezen.

Lorenzo Licalzi L’ultima settimana di settembre (Rizzoli, 2015)

Wat heb ik gelachen tijdens het lezen van deze roman, hoewel het in feite helemaal niet zo’n grappig verhaal is. Schrijver Pietro Rinaldi is tachtig en besluit dat het genoeg is. Hij is klaar met het leven, het is tijd om eruit te stappen. Helaas gooit een reeks dramatische gebeurtenissen roet in het eten en voor hij het weet, maakt hij met zijn vijftienjarige kleinzoon Diego en Sid, de enorme hond, een roadtrip van Genova naar Rome. Het wordt een reis vol pijnlijke en zoete herinneringen waarin Pietro en Diego zichzelf en elkaar goed leren kennen. Alle ingrediënten voor een zoetsappig boek, maar niets is minder waar. Dankzij de subtiele ironie en humor van Licalzi, heeft de roman precies de juiste balans tussen luchtigheid en zwaarmoedigheid, tussen zelfspot en naastenliefde, tussen dood en leven. Een roman die ik maar wat graag zou willen vertalen!

In de boekenkast staan alweer nieuwe Italiaanse boeken klaar om gelezen te worden en dat is absoluut geen straf nu de lente eindelijk lijkt door te zetten!

Studiedag Italiaans

Als beëdigd vertaler ben je verplicht om elke vijf jaar 80 PE-punten te halen (permanente educatie), wil je na die vijf jaar je inschrijving in het RBTV kunnen verlengen. In augustus 2015 heb ik mijn inschrijving verlengd, dus moet ik opnieuw 80 PE-punten verzamelen. En eigenlijk is dat helemaal geen straf. Op een studiedag leer je weer nieuwe dingen, doe je nieuwe inzichten op en kun je weer even bijpraten met collega’s. Dit jaar organiseerde KTV Kennisnet weer een studiedag Italiaans, over het vertalen van financiële documenten. Nu zijn cijfers nooit mijn sterkste punt geweest (ik ben niet voor niets de talenkant op gegaan), maar de tekst rondom die cijfers vind ik wel interessant, dus treinde ik op 1 april naar Amersfoort.

Accountants zijn helemaal niet saai

Het programma bestond uit twee delen: ’s morgens een lezing/presentatie van accountant Alex Duijnisveld, over de verschillen tussen Italiaanse en Nederlandse bedrijfsvormen, de terminologie van jaarrekeningen en statuten en allerlei andere financiële documenten en ’s middags een intensieve vertaalworkshop onder leiding van Francesca Sfondrini, waarin we een deel van een Italiaanse jaarrekening en een bankgarantie hebben vertaald  en een terminologielijst hebben opgesteld.

Een van de redenen waarom ik economie heb laten vallen op het atheneum, is dat het maar niet lukte om echt te blijven luisteren naar de uitleg van de docenten. Of dat nu aan de methode van de docenten lag of gewoon aan mij, laat ik even in het midden. Ik was er dan ook huiverig voor dat mijn gedachten ook nu weer na een kwartier zouden afdwalen naar leukere dingen. Niet bleek gelukkig minder waar. Alex wist op een heldere en boeiende manier al die financiële termen uit te leggen, die ik als tiener zo ontzettend saai vond. En dit keer is de kennis ook blijven hangen.

Kapitaal, aandelen en bankgaranties

De uitleg van Alex kwam goed van pas tijdens het middagprogramma. Thuis hadden we de teksten al een keer vertaald en het nodige onderzoek gedaan op internet. Toch waren er nu weer genoeg dingen die we anders zouden doen, omdat we meer context hadden bij al die Italiaanse en Nederlandse begrippen. Tijdens het bespreken van de teksten, hebben we direct een begrippenlijst aangelegd, die de accountant nog even heeft nagekeken.

Op de studiedag heb ik niet alleen veel geleerd, maar ook weer bijgepraat met collega’s en nieuwe mensen leren kennen. Rond een uur of 17 stapte ik dan moe maar voldaan en geïnspireerd in de trein naar Utrecht, klaar om mijn tanden in een financiële tekst te zetten.

Heeft u een contract, statuten, een jaarverslag of een ander financieel Italiaans document liggen dat u graag vertaald zou willen hebben? Neem dan even contact met me op en dan help ik u graag verder.

Aankondiging: Verraders

Aankomende week verschijnt mijn tweede boekvertaling voor Serena Libri: Verraders van Giorgio Scerbanenco. Deze politieroman verscheen in 1966 voor het eerst bij Garzanti Libri als Traditori di tutti. Het is het tweede boek van Giorgio Scerbanenco dat door Serena Libri uitgegeven wordt. In 2014 verscheen Moord op school, in de vertaling van Els van der Pluijm.

Valpartijen en te beleefd bezoek

Het is wel erg toevallig dat er de laatste tijd meerdere auto’s in de de Alzaia Naviglio Pavese geduikeld zijn. En Duca Lamberti, geschorst arts en nu werkzaam voor de politie, houdt absoluut niet van toeval. Als hij dan ook nog een erg welopgevoede jongeman aan de deur krijgt met een wat minder welopgevoed verzoek, weet hij zeker dat er iets niet in de haak is. Na een heftige discussie met Carrua, de hoofdcommissaris van de Milanese politie, gaat hij met Mascaranti op onderzoek uit en hij ontdekt dat niets ooit is wat het lijkt, als het om geboefte gaat.

De bel ging, veel te beleefd, maar hoe de bel ook gaat, er zijn momenten waarop het nooit goed is dat hij gaat, er kan dan maar beter niemand voor de deur staan, iedereen is dan onuitstaanbaar. Maar de man voor wie hij moest opendoen door dat beleefde luiden van de bel, was nog onuitstaanbaarder dan je kon verwachten.

Verraders is vanaf 13 november verkrijgbaar bij de boekhandel en natuurlijk bij Serena Libri.

Een zeemeermin, een staatsgreep en kannibalen

In mei 2012 ben ik naar de Salone del Libro in Turijn geweest en op de terugweg kon mijn koffer nog maar net dicht. Tussen de boek die ik heb meegenomen, zat ook dit boek. De schrijfster, Silvana Gandolfini, is vooral erg populair bij de jongere lezers. In 1996 won ze de Premio Andersen voor haar boek L’isola del tempo perso en in datzelfde jaar werd ze ook uitgeroepen tot Italiaanse schrijfster van het jaar.
Het boek Il club degli amici immaginari [De club van de denkbeeldige vriendjes] is een soort vervolg op L’isola del tempo perso. Ik heb dat boek echter nog niet gelezen, Il club degli amici immaginari is het eerst boek dat ik van deze schrijfster gelezen heb en ik ben onder de indruk.
Ik mag dan wel niet meer in de leeftijdscategorie vallen waarvoor dit boek bedoeld is, maar ik had geen enkel moment het idee dat ik een jeugdboek aan het lezen was. Gandolfini heeft een prettige schrijfstijl, eenvoudig zonder dat je het idee hebt dat je niet serieus genomen wordt als lezer. Ze beschrijft de personages, de situaties en de omgeving op zo’n manier dat er ook ruimte is voor je eigen verbeelding. Vanaf de eerste pagina zit je in het verhaal.

Oscar is bijna tien jaar oud, heeft superhersens en zwakke longen; daarom brengt hij zijn zomervakanties door aan het strand, met zijn ouders, in een afgelegen huis, omringd door de rotsen in de inham van Portopidocchio. Tijdens een vollemaansnacht gaat Oscar stiekem naar het strand. Daar zit Mia, een jonge zeemeermin, op een rots op hem te wachten. Ze is super mooi en roekeloos. Ze spoort Oscar aan om naar het Eiland van de Verloren Tijd te vluchten, ver weg van de Rechter, zijn strenge en autoritaire vader. Maar niet alles loopt op rolletjes: een groep Kannibalen heeft het Eiland verlaten en is neergekomen op Aarde om een staatsgreep te plegen. Mia heeft echter een plan: het verzamelen van een klein leger denkbeeldige vriendjes om de Kannibalen te verslaan die het Paleis van de Macht al veroverd hebben. Daniele, Chewing, het Poepkind, Aelita, Spartacus en de Lachende Tijger zijn slechts enkele van de DVVB’s (Denkbeeldige Vriendjes Verlaten door hun Bedenker) die Oscar en Mia vergezellen in deze onderneming.

Ik heb nooit een denkbeeldig vriendje gehad toen ik opgroeide en nu denk ik dat ik heel wat avonturen gemist heb. En dat Eiland van de Verloren Tijd (Isola del Tempo Perso) lijkt me een mooie plek voor een vakantie.
Ik heb meegeleefd met Oscar en Mia, maar ook met de Rechter. Zo star en streng door het leven gaan lijkt me geen pretje.
De tekeningen, die gemaakt zijn door Giulia Orecchia, vergroten het leesplezier. Het zijn treffende zwart-wit tekeningen die een extra dimensie aan het verhaal geven. Juist omdat ze niet te gedetailleerd zijn, zijn de personages en de scenes zo herkenbaar. Er is genoeg ruimte om je eigen voorstelling in te vullen in de tekening.

Il club degli amici immaginari is voor volwassenen misschien nog wel leuker dan voor kinderen. Denkbeeldige vriendjes, een eiland waar je eeuwig jong blijft en vooral veel avontuur, wie heeft de ‘echte wereld’ nog nodig?